Exposition : "Passé Composé"
Annabel Werbrouck | Danny Hoorelbeke

Beide kunstenaars werken met beelden uit het familie-albums en gevonden foto's van anonieme makers. Ze leggen beelden op mekaar of combineren beeldfragmenten en creëren zo een nieuwe werkelijkheid met een universele betekenis. De geschiedenis wordt herschreven. De verleden tijd wordt opnieuw samengesteld.
De collage of wedersamenstelling werd al deccenia lang geleden geïntrocuceerd. En wellicht is het een onbekende fotograaf die er ooit mee begon. Maar de referentie die we kennen is John Stezaker. Bekende fotografen zoals William Klein en Arnold Newman waagden er zich eveneens aan. Ook Matt Niewsinski, Claire Pestaille, Gilbert B. Seehausen. En vandaag en in eigen land Katrien Deblauwer en Thomas Vandenberghe.

Annabel Werbrouck zegt in een interview:‘ I wanted to preserve the traces; and I tried to do that through self-portraits and dead natures. I tried to give a universal aspect to this work; an aspect to which everyone could relate to… ‘
Elle avait l’idée de la trace. L’image n’existait plus en tant que telle. Tout est question d’équilibre entre ce qui émerge et disparaît lorsqu’elle découpe les photos. On ne voit plus une bonne partie de l’image. Il y a, là, une sorte de disparition, une fragmentation. Qu’est-ce que l’image ? Est-ce que c’est ce qu’on voit dans le cadre ? Ou ce quelque chose hors cadre ?
Le jeu des superpositions et de découpes donne à voir des images manquantes, dont une partie est occultée ou voilée. La matérialité des images est intensifiée par la mise au jour de multiples détails où se lisent l’usure du temps - textures et couleur des papiers, grain, plis, imperfections -. Elle offre ainsi une seconde vie à ces photographies oubliées et laisse libre cours à notre imagination pour y tisser nos propres histoires.
De verbindende lijn die door haar œuvre loopt is deze van de intimiteit en de ontroering. Zowel haar samengestelde beelden als haar zelfgenomen foto ‘s refereren naar een grote gevoeligheid voor en besef van het nu. Ze maakt aan de poëzie verwante beelden waarin het bewustzijn over het zijn van de dingen duidelijk doorklinkt.
Als we onze persoonlijke geschiedenis via beeldherinneringen een plaats kunnen geven draagt dit bij tot een beter begrip over hoe wij bestaan, krijgen we een vollediger en dus juister beeld die antwoorden geeft op de vraag wie wij zijn.

Of van wie zij zijn. En dan maken we een sprong naar het werk van Danny Hoorelbeke. Hij verzamelde glasnegatieven met portretten van onbekenden en plaatste er telkens twee boven mekaar in een lichtbak. Simpel ? Neen, want er is met zorg geselecteerd. En er is een nieuw coherent en betekenisvol beeld ontstaan. De kans dat we het verhaal van deze gefotografeerde mensen ooit zullen kunnen schrijven is zeer klein. De onbeantwoordde vragen bieden ons echter de kans om te interpreteren. Eén van mijn interpretaties is deze van de dubbele persoonlijkheid.
Dissociatieve identiteitsstoornis is een psychische aandoening waarbij iemand afwisselend twee - of meer - van elkaar te onderscheiden persoonlijkheidstoestanden kan aannemen. Ten minste twee van deze persoonlijkheden nemen regelmatig het gedrag volledig over. Vaak heeft de persoon gaten in het geheugen die niet door vergeetachtigheid te verklaren zijn. Vaak weet de oorspronkelijke persoonlijkheid niets van de andere persoonlijkheden - ook wel alter ego's of binnenmensen genoemd -. De andere persoonlijkheden weten soms wel af van de oorspronkelijke identiteit.
Als beide kunstenaars (fragmenten van) fotobeelden samenvoegen, kunnen we als kijker geneigd zijn om te ontdubbelen of te fragmenteren, om de omgekeerde beweging te maken, terug te gaan in het proces die de kunstenaar maakte bij de totstandkoming van deze samengestelde beelden. Teruggaan om grip te krijgen op wat onherroepelijk voorbij is. Om onze – dé - geschiedenis niet te vergeten.

Luc Rabaey (2016)